Yoann Ignatiew
General Partner, Head of International Equity and Diversified

Aan het begin van het jaar ging de consensus nog uit van een relatief gunstig scenario: dalende inflatie, monetaire versoepeling en een zachte landing voor de grote economieën. Dat scenario is geleidelijk verzwakt. De inflatie bleek hardnekkiger dan verwacht, de energieprijzen bleven onder druk staan en geopolitieke factoren droegen bij aan een verslechtering van de macro-economische vooruitzichten. Geleidelijk kreeg het idee van een markt met twee snelheden meer voet aan de grond. Enerzijds trokken bedrijven die het meest blootgesteld zijn aan kunstmatige intelligentie, namelijk de fabrikanten van halfgeleiders, het grootste deel van de aandacht naar zich toe en namen zij een groot deel van de marktliquiditeit voor hun rekening. Anderzijds leek de rest van de aandelenmarkt, die sterker samenhangt met de economische cyclus, gevoeliger voor een omgeving van aanhoudend hoge rentetarieven.
Door een duidelijke toename van de risicobereidheid, mede ondersteund door afnemende spanningen in het Midden-Oosten, presteerden de aandelenmarkten bijzonder sterk. De MSCI ACWI steeg in het kwartaal met 15% (+11% sinds het begin van het jaar), terwijl de S&P 500 en de Euro Stoxx 50 bijna 15% wonnen. Daarmee kwamen hun jaarprestaties uit op respectievelijk +10% en +11%. Ook de opkomende markten vielen op, met een stijging van 24%, terwijl de Hang Seng achterbleef (-6% over het kwartaal en -9% sinds het begin van het jaar). Tot slot gaf het enthousiasme rond kunstmatige intelligentie de halfgeleidersector een bijzonder sterke impuls. De Philadelphia Semiconductor Index is hiervan een sprekend voorbeeld, met een stijging van 88% in het kwartaal en 101% sinds het begin van het jaar. Op macro-economisch vlak werd het kwartaal gekenmerkt door de terugkeer van een belangrijk dilemma voor centrale banken. In de Verenigde Staten versnelde de inflatie in mei tot 4,2% op jaarbasis, terwijl de economie solide bleef, met een opwaarts bijgestelde bbp-groei van 2,1% in het eerste kwartaal en een stabiele werkloosheidsgraad van 4,3%. De Fed hield de rente ongewijzigd, maar sloeg een hardere toon aan gezien de aanhoudende inflatiedruk.
De eerste uitspraken van Kevin Warsh kwamen als een verrassing en wezen op een aanzienlijk strengere houding tegenover inflatie. Hij gaf ook aan afstand te willen nemen van het gebruik van “forward guidance”, waarbij centrale banken vooraf richting geven aan de toekomstige ontwikkeling van de beleidsrente. Deze communicatiewijziging kan voor beleggers meer onzekerheid creëren bij de interpretatie van het monetaire beleid. In de eurozone versnelde de inflatie eveneens tot 3,2%, terwijl de economie in het eerste kwartaal met 0,2% kromp. In die context verhoogde de ECB haar depositorente met 25 basispunten tot 2,25%, en liet ze de deur open voor verdere verhogingen indien de inflatiedruk zou aanhouden. Deze beslissing kan vragen oproepen, gezien de economische activiteit al zichtbaar verzwakt en een verdere monetaire verkrapping waarschijnlijk extra druk zet op de toch al fragiele Europese groei.
R-co Valor daalde dit kwartaal met 1,7% (deelbewijs C), waardoor de prestatie sinds het begin van het jaar uitkwam op -5,9%.
De onderprestatie in het kwartaal kan worden verklaard door een combinatie van twee factoren: een aanzienlijke correctie in mijnbouwaandelen, met name goudmijn, en een ongunstige positionering in de Chinese technologiesector.
Het momentum in de technologiesector blijft wereldwijd sterk, maar concentreert zich steeds meer op één specifiek segment van kunstmatige intelligentie: hardware, waaronder halfgeleider- en apparatuurproducenten. Zo steeg de Koreaanse KOSPI-aandelenindex met 68% in het kwartaal, waardoor de prestatie sinds het begin van het jaar op 101% kwam. De Chinese bedrijven in de portefeuille worden daarentegen grotendeels beschouwd als internetspelers, die blootgesteld zijn aan e-commerce en consumptie, waardoor ze buiten de momenteel meest gewilde segmenten vallen. Die achterstand ging gepaard met een minder gunstig klimaat, door hernieuwde bezorgdheid over de groeivooruitzichten van China. Qua grondstoffen, heeft goud alle winsten sinds het begin van het jaar tenietgedaan en daalde het met 30% ten opzichte van zijn piek. Deze evolutie kadert in een context waarin de Federal Reserve een strengere toon aanslaat, wat een mogelijke renteverhoging tegen het einde van het jaar doet vermoeden, gepaard met een sterkere dollar. Daartegenover stonden de industrie- en luxesectoren, die in deze periode tot de belangrijkste positieve bijdragen behoorden en daarmee braken met de trend van het eerste kwartaal. De luxesector profiteerde van een herstel dat werd ondersteund door afnemende geopolitieke spanningen, wijzend op een opleving van de consumptie en het toerisme, twee belangrijke drijfveren voor de sector. Tegelijkertijd wijzen uitspraken van bedrijven op een verbeterend klimaat. In deze context presteerden enkele portefeuilleposities bijzonder sterk, waaronder LVMH, Ferrari en, in nog grotere mate Richemont, waarvan de prestaties bijzonder solide bleken te zijn. Ook de industriële sector kwam naar voren als een belangrijke bijdrager aan de kwartaalprestatie. Deze dynamiek werd grotendeels gedragen door Airbus en Bombardier, die profiteerden van de aanhoudend gunstige conjuctuur in de luchtvaart. Daarnaast boden de Noord-Amerikaanse spoorwegmaatschappijen Canadian Pacific Kansas City en Union Pacific een aanzienlijke bijdrage, waarbij ze profiteerden van de toename van het goederenvervoer in Noord-Amerika.
De aandelenblootstelling van R-co Valor bedroeg 76% aan het einde van het kwartaal. Deze ogenschijnlijke stabiliteit weerspiegelt in werkelijkheid een dynamisch beheer. Het team voerde talrijke arbitrages uit, beheerde actieve posities, initieerde nieuwe convicties en stapte volledig uit bepaalde aandelen na periodes van sterke waardestijging. Het beheer bleef actief, maar gedisciplineerd. De bewegingen duidden niet op een breuk in de allocatie, maar vooral op de wens om de instapkoers te verbeteren voor bepaalde posities die onder druk stonden. In dat kader werd de blootstelling aan Europa versterkt, onder meer via LVMH, evenals aan opkomende markten, met posities zoals HDFC, Itaú Unibanco, Tencent, Alibaba en Xiaomi. Ook de gezondheidszorgsector werd versterkt, met de introductie van Boston Scientific en een hogere blootstelling aan Medtronic, Thermo Fisher en BioMarin. Daarnaast kregen mijnbouwaandelen de voorkeur, met name binnen het goudsegment, via een versterking van Novagold en royaltyposities in LunR. Ook werd er winst genomen in de industriële sector, met zeer sterke prestaties sinds het begin van het jaar. Dit leidde tot de volledige verkoop van Bombardier en een afbouw van Air Liquide. Tot slot werden transversale arbitrages uitgevoerd, waaronder gedeeltelijke winstnemingen op Alphabet en Freeport-McMoRan, evenals de volledige verkoop van Schlumberger, AES, Pfizer en Morgan Stanley. De aandelenallocatie bleef over de periode globaal stabiel, maar de bèta van de portefeuille werd verlaagd.
Onze allocatie geld & liquiditeiten (geldmarktfondsen, Frans overheidspapier en geldmiddelen) bedraagt 24%. Het aanhouden van een liquiditeitsbuffer vormt een centraal onderdeel van ons beheer. Deze liquiditeit is geen afwachtende houding, maar een bewuste keuze. Hierdoor worden we niet volledig blootgesteld aan buitensporige marktvolatiliteit en beschikken we over een flexibiliteitsreserve waarmee we snel kunnen schakelen als er zich opportuniteiten voordoen bij marktverstoringen.
R-co Valor Balanced had een aandelenblootstelling van 38,5%, terwijl de obligatiecomponent 51,2% vertegenwoordigde. Het resterende deel was belegd in geldmarktinstrumenten en equivalent. Over het kwartaal behaalde het fonds een stijging van 0,2%, waardoor de prestatie sinds het begin van het jaar uitkwam op -2,7%.
De aandelencomponent van R-co Valor Balanced volgt die van R-co Valor. De positionering en de bewegingen tijdens het kwartaal waren daarom identiek.
In het tweede kwartaal van 2026 waren de obligatiemarkten bijzonder volatiel. De rentevoeten stegen scherp tot midden mei, temidden van geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten en hernieuwde inflatiezorgen. Aan het einde van de periode keerde de trend, onder invloed van dalende olieprijzen en de publicatie van geruststellendere inflatiecijfers. In de Verenigde Staten sloot de 10-jaarsrente op staatsobligaties het kwartaal 14,6 basispunten hoger af op 4,47%, terwijl de Duitse 10-jaars Bund met 12,6 basispunten daalde tot 2,86%, gesteund door minder restrictieve verwachtingen voor het monetaire beleid van de ECB. De kredietmarkten in euro evolueerden positief gedurende de periode, ondanks de volatiliteit van de rente. Zowel Investment Grade als High Yield stegen, maar High Yield onderscheidde zich door een relatief betere prestatie, dankzij een duidelijke verkrapping van de spreads. Tijdens deze periode noteerde het High Yield-segment een stijging van +3,7%, vs. +2,4% voor Investment Grade. Aan het einde van het kwartaal was juni een uitzonderlijk dynamische maand voor de primaire obligatiemarkt in euro, met verschillende emissierecords en een sterke deelname van staats-, supranationale en private emittenten. Wereldwijd gaven overheden in de eerste helft van 2026 ongeveer €440 miljard aan obligaties uit, waarmee de bedragen werden overtroffen die tijdens de Covid-gerelateerde fiscale stimulering in 2020 werden opgehaald. Nieuwe emissies waren doorgaans meerdere keren overtekend, zowel in het Investment Grade-, High Yield- als staatsobligatiesegment.
Binnen het obligatiesegment van R-co Valor Balanced is de blootstelling aan kredietrisico op verschillende manieren aanzienlijk versterkt. Enerzijds werd aan het begin van het kwartaal belegd in op de primaire markt, onder meer in financiële emittenten met een aantrekkelijke carry, zoals Banca Transilvania en PKO Bank Polski, waardoor interessante rendementen binnen de Europese banksector konden worden behaald. Anderzijds werd de allocatie aangevuld met bedrijfsobligaties, met posities in emittenten zoals Universal Music en Verisure. In deze context blijft Investment Grade binnen de strategie de voorkeur genieten. Sinds enkele maanden geeft het beheer een uitgesproken voorkeur aan emittenten met een A-rating, waarvan de rendementen bijzonder dicht in de buurt liggen van die van emittenten met een BBB-rating, waardoor ze een rendements-risicoprofiel bieden dat als aantrekkelijker wordt beschouwd. Ten slotte hebben we CDS’en ingezet ter afdekking; deze posities vertegenwoordigden aan het einde van het kwartaal 12 % van de obligatiepositie.
De assetallocatie van R-co Valor Balanced blijft bijzonder geschikt voor de huidige marktomstandigheden. De aandelencomponent biedt blootstelling aan de internationale convicties van R-co Valor, terwijl de obligatiecomponent een aantrekkelijke carry biedt en de mogelijkheid om het risicoprofiel aan te passen via rentegevoeligheid, kredietkwaliteit en hedginginstrumenten. In een wereld waarin het rentetraject minder voorspelbaar blijft, is deze multi-assetdimensie een belangrijk voordeel.
Na een periode die werd gekenmerkt door een sterke concentratie van prestaties, zouden de komende maanden een geleidelijke verbreding van de prestatiedrijvers kunnen laten zien. Hoewel de vraag naar kunstmatige intelligentie solide blijft, ondersteund door massale investeringen van hyperscalers in computerinfrastructuur, weerspiegelen de omvang van de kapitaalstromen en de herwaarderingen van de afgelopen maanden een niveau van optimisme dat steeds veeleisender lijkt. Een belangrijk aandachtspunt betreft de rendementsverwachtingen van de investeringen die hyperscalers doen: twijfel over hun winstgevendheid, of een tijdelijke vertraging van de vraag na jaren van intensieve investeringen, kan zwaar op de sector wegen. Daarnaast kan de bijzonder hoge positionering van beleggers, soms versterkt door hefboomwerking, de omvang van een mogelijke correctie vergroten. Ook andere factoren kunnen een rol spelen, zoals een stijging van de langetermijnrentes, een restrictiever beleid van centrale banken, een verscherping van de handelsspanningen tussen de Verenigde Staten en China, of het opduiken van tekenen van overcapaciteit in bepaalde segmenten. In dat opzicht vormt de opkomst van Chinese spelers een structurele bedreiging voor de gevestigde marktpartijen.
Een toename van de prestatiedrijvers zou verschillende sectoren kunnen ondersteunen die wij recent hebben versterkt, waaronder gezondheidszorg en financiële sector. De waarderingen in de gezondheidszorg bevinden zich op historisch lage niveaus, dicht bij hun laagste punt in vijftien jaar, terwijl sterke pijplijnen wijzen op een mogelijke versnelling van de omzetgroei vanaf 2027. Financiële waarden zouden op hun beurt kunnen profiteren van een rente die langer hoog blijft. Daarnaast denken wij dat de aandacht van beleggers geleidelijk kan verschuiven naar andere segmenten die verband houden met het ecosysteem van kunstmatige intelligentie. Dit omvat onder meer bepaalde Chinese technologiebedrijven, aandelen met blootstelling aan koper — een essentieel metaal voor de ontwikkeling van datacenterinfrastructuur — en elektriciteitsproducenten, die naar verwachting zullen profiteren van een structureel groeiende vraag.
Wij blijven trouw aan het DNA dat in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het succes van het fonds in de afgelopen 32 jaar. We blijven onze investeringsdiscipline consequent toepassen: bedrijven identificeren die volgens ons momenteel buitensporig worden afgestraft door de markt, selectief winst nemen wanneer ons dat opportuun lijkt en geleidelijk nieuwe aandelen in de portefeuille opnemen. Onze analysehorizon past niet in een louter kwartaalmatige logica. Integendeel, we blijven vasthouden aan een langetermijnbeleggingsaanpak. Op korte termijn erkennen we dat de huidige omgeving ongunstig blijft voor gediversifieerde strategieën. In een markt die nog steeds wordt gedomineerd door stromen en gepolariseerd gedrag, blijft de strategie ongewijzigd: vandaag een gediversifieerde allocatie behouden om de portefeuille te positioneren vóór een bredere marktnormalisatie morgen.