Anthony Bailly
Head of European Equity

Het derde kwartaal werd gekenmerkt door twee ogenschijnlijk tegenstrijdige ontwikkelingen. Enerzijds bleef de Europese economie veerkrachtiger dan verwacht, ondersteund door verbeterende activiteitsindicatoren, de eerste tastbare effecten van het Duitse begrotingsbeleid en een gunstige winstontwikkeling bij ondernemingen. Anderzijds herinnerden hogere energieprijzen en stijgende langetermijnrentes eraan dat het economische herstel niet zonder uitdagingen verloopt. Tegen deze achtergrond sloot de Stoxx Europe 600 het kwartaal licht lager af, met een daling van 1,1%.
De geopolitieke context zorgde opnieuw voor volatiliteit. De herziening van het in juni gesloten kaderakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran deed de geopolitieke risicopremie opnieuw oplopen. Daardoor steeg de Brent-olieprijs tijdelijk boven 90 dollar per vat en sloot september af op 103,5 dollar. Deze ontwikkeling voedde de inflatieverwachtingen en verscherpte de rentevooruitzichten.
Na een tijdelijke terugval in juli herwonnen de markten in augustus hun positieve dynamiek, gedragen door een robuuste economische activiteit en solide bedrijfsresultaten. In september kwamen Europese aandelen echter onder druk door de combinatie van hogere energieprijzen en stijgende obligatierentes. In de Verenigde Staten ondersteunde de hernieuwde belangstelling voor artificiële intelligentie vooral technologie- en halfgeleideraandelen.
De Amerikaanse economie bleef sterk presteren, maar die kracht hield tegelijk de inflatiedruk in stand en beperkte de ruimte voor snelle renteverlagingen. In de eurozone verbeterde het economische momentum geleidelijk. De rente op de Duitse tienjaars Bund steeg met bijna 73 basispunten tot 3,58%, terwijl de Europese Centrale Bank haar beleidsrente in september met 25 basispunten verhoogde.
Vooruitlopende indicatoren wijzen erop dat de eerdere groeivertraging in Europa niet heeft geleid tot een uitgesproken economische terugval. Infrastructuurinvesteringen, hogere defensie-uitgaven en bijkomende begrotingssteun, met name in Duitsland, kunnen het investeringsklimaat ondersteunen. Tegelijk blijven hogere energieprijzen een belangrijk aandachtspunt, gezien hun potentiële impact op bedrijfsmarges, koopkracht en inflatie.
Ook de overheidsfinanciën stonden opnieuw in de belangstelling. In Frankrijk namen de zorgen rond de begrotingssituatie toe, waardoor de spread tussen Franse staatsobligaties (OAT) en Duitse Bunds opliep tot 127 basispunten eind september, een stijging van 48 basispunten over het kwartaal.
De prestaties verschilden aanzienlijk tussen de sectoren. Energie was met een stijging van 12,5% de sterkste performer, gevolgd door banken (+6,3%), grondstoffen (+6,0%) en chemie (+3,8%). Aan de andere kant van het spectrum stonden bouwmaterialen (-9,7%), vastgoed (-8,2%), consumptiegoederen (-8,3%) en voeding & dranken (-7,5%). Technologie beperkte het verlies tot 1,2% over het kwartaal, ondanks een scherpe correctie van 11,8% in juli.
Artificiële intelligentie bleef een belangrijke drijfveer achter de marktrotaties. Na winstnemingen in juli, ingegeven door hoge waarderingen en vragen over het rendement van investeringen door hyperscalers, herstelde de halfgeleidersector zich opnieuw in augustus en september. ASML steeg alleen al in september met 10%.
De resultaten over het eerste halfjaar vormden een belangrijke steun voor de markten. De winst per aandeel werd voor het lopende boekjaar met 19,1% opwaarts herzien, terwijl de verwachtingen voor 2027 met 8,9% toenamen. Met een koers-winstverhouding van 13,9 keer de verwachte winst noteert de Stoxx Europe 600 bovendien dicht bij zijn historische gemiddelde, wat erop wijst dat de waarderingen relatief evenwichtig blijven.
Vooruitkijkend blijven geopolitieke ontwikkelingen, energieprijzen, inflatie, lange rentevoeten, overheidsfinanciën, het beleid van centrale banken en de winstvooruitzichten van bedrijven de belangrijkste factoren voor de markten. De Duitse begrotingsstimulus kan de economische groei ondersteunen, terwijl een afname van de geopolitieke spanningen de aantrekkelijkheid van Europese aandelen verder zou kunnen versterken. Bovendien blijft Europa, dankzij een lagere concentratie rond artificiële intelligentie dan de Amerikaanse markt, een potentiële bron van diversificatie voor beleggers.