Emmanuel Petit
General Partner, Head of Fixed Income

Na een eerste jaarhelft waarin geopolitieke risico's opnieuw op de voorgrond traden, werd de obligatieomgeving tijdens de zomer nog uitdagender. Het aanhoudende conflict in het Midden-Oosten en de stijgende energieprijzen brachten beleggers ertoe hun verwachtingen voor inflatie en rente verder opwaarts bij te stellen. Tegelijk bleek de wereldeconomie, en in het bijzonder de Europese economie, veerkrachtiger dan verwacht.
In deze context herzag de markt haar visie op het monetaire beleid. Centrale banken bleven waakzaam ten aanzien van inflatierisico's en benadrukten hun vastberadenheid om prijsstabiliteit te waarborgen. Hierdoor namen de verwachtingen voor een langer aanhoudend hoog renteniveau toe. Tegelijk zorgden begrotings- en politieke spanningen in sommige landen, met name Frankrijk, voor extra druk op de staatsobligatiemarkten.
Van een algemene kredietstress was echter geen sprake. De fundamenten van ondernemingen blijven overwegend solide en de hogere renteomgeving biedt opnieuw aantrekkelijke carry-opportuniteiten. Bovendien werd in de loop van het kwartaal een duidelijkere differentiatie zichtbaar tussen risicovolle en risicovrije activa. De rentecorrectie heeft daarmee opnieuw waarde gecreëerd binnen obligaties, terwijl de toenemende spreiding tussen emittenten het belang van actief beheer en kredietselectie versterkt.
De macro-economische dynamiek bleef tijdens het kwartaal robuuster dan verwacht. In de eurozone steeg de samengestelde PMI van 52,0 in augustus naar 53,1 in september, het hoogste niveau in bijna drieënhalf jaar1. Tegelijk liep de inflatie op van 3,2% naar 3,8% op jaarbasis, voornamelijk onder invloed van hogere energieprijzen, terwijl de kerninflatie uitkwam op 2,5%2.
Voor centrale banken blijft het een delicate evenwichtsoefening: voldoende geloofwaardigheid behouden om de inflatieverwachtingen verankerd te houden, zonder de financiële voorwaarden zodanig te verstrakken dat de economische groei wordt afgeremd. In september verhoogde de ECB haar depositorente met 25 basispunten tot 2,50%3. Ook de Federal Reserve trok haar beleidsrente met 25 basispunten op, naar een doelvork van 3,75%-4,00%4.
De stijging van de langetermijnrentes zorgt op zichzelf al voor een verstrakking van de financiële voorwaarden, wat de noodzaak voor bijkomende renteverhogingen kan beperken. De gewijzigde marktomgeving vloeit dan ook minder voort uit een groeivertraging dan uit een minder gunstige combinatie van economische groei, inflatie en monetair beleid.
Een van de meest opvallende ontwikkelingen van het kwartaal was de geleidelijke terugkeer van een duidelijk onderscheid tussen risicovrije en risicovolle activa. Tijdens periodes van verhoogde risicoaversie vervulden Duitse staatsobligaties opnieuw hun traditionele rol als veilige haven, terwijl de meest risicovolle segmenten van de kredietmarkt sterker onder druk kwamen te staan.
Daardoor wordt renterisico opnieuw een relevante diversificatiebron binnen portefeuilles. De huidige renteniveaus bieden niet alleen een aantrekkelijker lopend rendement, maar kunnen ook bescherming bieden wanneer het macro-economische klimaat verslechtert of wanneer de renteverwachtingen opnieuw dalen.
Frankrijk vormt hiervan een treffend voorbeeld. Onder invloed van begrotings- en politieke onzekerheid liep de spread tussen Franse OAT's en Duitse Bunds op van ongeveer 85 basispunten eind augustus naar 127 basispunten eind september5. Frans bedrijfskrediet bleef daarentegen relatief veerkrachtig. De grootste druk concentreerde zich op financiële instellingen en achtergestelde schuldinstrumenten. Wij blijven echter vertrouwen hebben in de solvabiliteit en weerbaarheid van Franse banken en verzekeraars.
De combinatie van hogere rentevoeten en ruimere kredietpremies heeft het rendementspotentieel van krediet duidelijk verbeterd. Eind september bedroeg het rendement op Europees Investment Grade-krediet bijna 4,3%, tegenover ongeveer 6,8% voor High Yield6.
Vooral Investment Grade biedt naar onze mening vandaag een aantrekkelijk evenwicht tussen rendement en kredietkwaliteit. De hogere carry fungeert opnieuw als een belangrijke beschermingsbuffer. Waar in de periode van extreem lage rente beperkte marktbewegingen volstonden om het rendement weg te vagen, ligt het break-evenpunt vandaag aanzienlijk hoger7. De rente zou met meer dan 100 basispunten moeten stijgen, of de kredietspreads fors moeten verbreden, alvorens de carry over een periode van één jaar volledig te neutraliseren.
Binnen Investment Grade geven wij daarom de voorkeur aan kwalitatieve BBB-emittenten. De huidige rendementen bieden volgens ons de mogelijkheid om aantrekkelijke inkomsten te genereren zonder aanzienlijke compromissen te sluiten op het vlak van kredietkwaliteit.
Binnen het High Yield-segment blijft het beeld meer gedifferentieerd. Hoewel de rendementen aantrekkelijk blijven, zorgen de hogere financieringskosten voor grotere verschillen tussen emittenten.
Ondernemingen met een hoge schuldenlast worden steeds kwetsbaarder. Dat geldt niet alleen voor bedrijven die op korte termijn moeten herfinancieren. In een omgeving waarin kapitaal structureel duurder blijft, kunnen beleggers scherp reageren wanneer de schuldgraad te hoog wordt in verhouding tot de kasstroomgeneratie of de operationele vooruitzichten. De recente ontwikkelingen binnen bepaalde delen van de telecomsector illustreren dit risico.
Daartegenover staan emittenten die hun balans hebben versterkt, hun hefboom hebben verlaagd en beschikken over sterke marktposities en recurrente inkomstenstromen. Zij blijken beter bestand tegen de huidige omgeving. Dit onderstreept opnieuw het belang van fundamentele analyse en een rigoureuze emittentenselectie.
Onze positionering blijft gebaseerd op vier kernconvicties.
Ten eerste hebben wij de rentegevoeligheid van de portefeuilles geleidelijk verhoogd. De rentecorrectie heeft opnieuw aantrekkelijke instapniveaus gecreëerd, terwijl kwaliteitsvolle staatsobligaties hun rol als stabilisator kunnen herwinnen bij een economische vertraging. Daarbij blijven wij voorzichtig ten aanzien van de langste looptijden, die gevoeliger zijn voor begrotingsrisico's en stijgende financieringsbehoeften.
Ten tweede behouden wij een voorkeur voor Europees krediet, met een duidelijke focus op Investment Grade en zorgvuldig geselecteerde BBB-emittenten. De carry blijft aantrekkelijk, terwijl de kredietfundamenten over het algemeen gezond zijn.
Ten derde versterken wij de selectiviteit binnen High Yield. Wij verkiezen bedrijven met robuuste bedrijfsmodellen, voorspelbare kasstromen en een gecontroleerde schuldenlast.
Tot slot blijft geografische diversificatie een belangrijk aandachtspunt. Wij blijven terughoudend ten aanzien van bijkomende Franse blootstelling, niet uit bezorgdheid over de kwaliteit van de betrokken ondernemingen, maar om concentratierisico's te beperken zolang de volatiliteit rond het Franse staatsrisico aanhoudt.
In deze onzekere omgeving biedt de hogere rente de obligatiemarkt opnieuw meerdere beschermingsbronnen: een hogere carry, staatsobligaties die hun diversifiërende rol geleidelijk herwinnen en een toenemende differentiatie tussen emittenten die actief beheer beloont. In die context blijven selectiviteit, kwaliteit en flexibiliteit volgens ons de sleutel tot duurzame prestaties.