Anthony Bailly
Head of European Equity
Anthony Bailly : Zoals de naam al aangeeft, is een "Net Zero Fund" gebaseerd op een beleggingsstrategie die is afgestemd op de Net Zero-doelstelling en gericht op een voortdurende vermindering van de broeikasgasemissies van de bedrijven in portefeuille. De aandelenselectie moet daarom gericht zijn op spelers die dit doel nastreven. Deze fondsen maken deel uit van een gamma beleggingsoplossingen die gericht zijn op klimaatkwesties, soms "klimaatfondsen" genoemd, waarvan de "koolstofarme" strategieën de belangrijkste vertegenwoordigers zijn. Zij beleggen dus uitsluitend in sectoren en ondernemingen die weinig broeikasgassen uitstoten (software, kapitaalgoederen, farmaceutische sector, enz.). Daarom zijn veel van deze fondsen sterk gericht op groei(1).
Nicolas Racaud : Onze benadering staat enigszins haaks op deze strategieën. Onze aanpak is erop gericht alle spelers, met name degenen die de meeste broeikasgassen uitstoten, ertoe aan te zetten hun werkwijze te verbeteren om zo een grote structurele verandering tot stand te brengen. Wij deinzen er dus niet voor terug om te beleggen in sectoren die doorgaans worden uitgesloten omwille van hun hoge emissieniveaus, maar we zijn wel zeer selectief.
In 2015 bekrachtigde de COP21 de Overeenkomst van Parijs met als doel de opwarming van de aarde tegen 2100 te beperken tot minder dan 2°C ten opzichte van het pre-industriële niveau , door te blijven streven naar beperking tot 1,5°C. Dit ambitieuze plan bevat verschillende bepalingen, waaronder de "net zero"- doelstelling, die een voortdurende vermindering van de antropogene broeikasgasemissies inhoudt met als doel een theoretisch nulpunt te benaderen. De eerste stap bestaat erin de emissies te beperken, ze vervolgens tot 2050 zoveel mogelijk te verminderen en vervolgens de resterende emissies te compenseren via verschillende mechanismen, zowel natuurlijke als technologische.
N. R. : Zoals hiervoor aangegeven, houdt een transitie-aanpak in dat elke speler die de wil en het vermogen toont om zijn economisch model te doen evolueren naar een duurzamer model, niet a priori wordt uitgesloten, maar wordt begeleid. Wij zijn ervan overtuigd dat de sectoren die de meeste broeikasgassen uitstoten de grootste impact op het klimaat kunnen hebben. Deze aanpak vereist echter een grote analytische nauwkeurigheid, maar heeft het voordeel dat deze op alle activaklassen kan worden toegepast. Het Science Based Target initiative (SBTi) is een groep van wetenschappelijke deskundigen die als doel heeft de beste praktijken op gebied van koolstofvermindering en net zerodoelstellingen te definiëren, te bevorderen en te bevestigen. De SBTi-audit houdt rekening met alle emissiepunten.
A. B. : Momenteel is 86% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen afkomstig uit vijf sectoren(2) (energie, nutsbedrijven, grondstoffen, chemicaliën en bouw). Niet in hen beleggen zou betekenen dat wij zonder hen kunnen of dat zij niet in staat zijn om te evolueren. Integendeel, wij vinden het essentieel hen te steunen zodat zij zich ertoe verbinden hun uitstoot te verminderen. Hier ligt een echte economische kans, want dit belangrijke onderwerp is een leidraad voor de toekomst.
Het Science Based Target initiative (SBTi) is een groep van wetenschappelijke deskundigen die als doel heeft de beste praktijken op gebied van koolstofvermindering en net zerodoelstellingen te definiëren, te bevorderen en te bevestigen. De SBTi-audit houdt rekening met alle emissiepunten.
N. R. : Het eerste principe is een koolstofintensiteit(3) die 20% lager ligt dan die van de benchmarks van de fondsen, om beleggingsoplossingen aan te bieden die noodzakelijkerwijs minder "koolstofintensief" zijn dan deze laatste, ongeacht de context. Ten tweede verbinden wij ons ertoe de koolstofintensiteit van de portefeuilles te verminderen met gemiddeld 7% voor R-co 4Change Net Zero Equity Euro, en van 5% tot 7% voor R-co 4Change Net Zero Credit Euro, gemiddeld per jaar. Ten slotte streven wij ernaar dat 90% van de bedrijven in onze portefeuilles hun broeikasgasreductiedoelstellingen tegen 2030 door SBTi laten bevestigen. Om het traject te beoordelen van emittenten die hun doelstellingen nog niet hebben laten controleren, werken wij bovendien met de gegevens van Carbon4 Finance, wier methodologie het mogelijk maakt om het koolstoftraject van ondernemingen te evalueren.
A. B. : Wij stellen ook specifieke actieplannen op met belangrijke emittenten en communiceren regelmatig over onze belangrijkste doelstellingen. Wij analyseren hun investeringsuitgaven om hun ambities te vergelijken met de daarmee gepaarde middelen en zo hun geloofwaardigheid te evalueren. Wij wisselen frequent en zeer onomwonden van gedachten met de ondernemingen in portefeuille. Zij kunnen ons raadplegen over de te communiceren onderwerpen, de te verstrekken data en het verwachte niveau van transparantie. Met een aantal van hen hebben wij een vertrouwensrelatie opgebouwd om hen in hun transitieproces te steunen. Weinig spelers volgen onze aanpak en onze expertise kan bijdragen tot het strategisch denken van deze bedrijven.
Carbon4 Finance is een dochteronderneming van het adviesbureau Carbone 4, opgericht door Jean-Marc Jancovici en Alain Grandjean. Het levert koolstofgegevens door alle missiescopes in aanmerking te nemen bij de klimaatanalyse van bedrijven in het verleden, vandaag en in de toekomst.
A. B. : Wij zijn ervan overtuigd dat er een verband bestaat tussen financiële prestaties en het vermogen van ondernemingen om hun koolstofintensiteit te verminderen. Veel bedrijven lijden onder een stijging van hun risicopremie doordat beleggers twijfelen aan hun vermogen om de transitie aan te pakken. Het streven naar emissiereductie dwingt bedrijven tot innovatie en de ontwikkeling van nieuwe groeifactoren die op lange termijn een concurrentievoordeel kunnen opleveren dat gunstig is voor de consolidatie van marktaandelen. Deze opwaartse spiraal stabiliseert niet alleen het groeimodel van ondernemingen, maar stelt hen ook in staat zich te positioneren ten opzichte van hun toekomstige uitdagingen. In de sectoren met de grootste uitstoot stellen wij bovendien vast dat de ondernemingen met de sterkste ambities en die hun geloofwaardigheid hebben bewezen, een opmerkelijke herwaardering beginnen ondervinden. Het vermogen om dit herwaarderingspotentieel te benutten is volledig in lijn met onze strategie.
N. R. : Anderzijds, wanneer een speler zijn verbintenissen niet nakomt, verslechtert de liquiditeit vrij snel en dalen de prijzen. Zo ook wanneer emittenten hun verwachte traject niet waarmaken of, erger nog, wanneer er een controverse ontstaat.
A. B. : In deze relatief korte periode hebben wij drie uitzonderlijke omstandigheden meegemaakt. Kort na de lancering van de strategieën met de Covid-19 pandemie in 2020 kwamen de meeste economieën zeer snel tot stilstand. Vervolgens werd 2021 gekenmerkt door een "boom recovery", gevolgd door 2022 met het uitbreken van het Russisch-Oekraïense conflict en de daaropvolgende energiecrisis. Deze gebeurtenissen hadden een sterke invloed op de economische activiteit en de omzet.
N. R. : We hebben dus perioden meegemaakt waarin de omzet lijkt te dalen terwijl de emissies niet in datzelfde tempo dalen. Een beetje zoals het bestaan van "vaste vervuilingsniveaus", naar het voorbeeld van vaste kosten. Voor 2022 wordt verwacht dat de emissies zullen stijgen als gevolg van de heropening en intensivering van steenkoolcentrales op basis van een richtlijn van de regering. Het valt nog te bekijken hoe deze verhouding zich zal ontwikkelen, aangezien het jaar qua financiële resultaten niet rampzalig was. De ontwikkeling van de koolstofintensiteit in deze onzekere context kan moeilijk te begrijpen zijn, aangezien wij afhankelijk zijn van de prijsvolatiliteit en de ontwikkeling van de omzet, die vaak verband houden met cyclische elementen die niet noodzakelijk de inspanningen van de bedrijven weerspiegelen. Ondanks deze turbulentie en dankzij onze beheerkeuzes zijn wij er desondanks in geslaagd onze doelstellingen te verwezenlijken om de koolstofintensiteit van onze portefeuilles te verminderen en tegelijkertijd onze positie in de sectoren met de grootste uitstoot te vergroten.
De fondsen R-co 4Change Net Zero Equity Euro en R-co 4Change Net Zero Credit delen een deel van hun opbrengsten. Zo is een partnerschap aangegaan met de vereniging Océan Polaire, die tot doel heeft expedities en missies met een educatief en wetenschappelijk karakter te organiseren in de poolgebieden. Voor alle aandelen van deze twee fondsen wordt 0,15% van de beheerkosten teruggestort om de Polar POD-expeditie onder leiding van de ontdekkingsreiziger Jean-Louis Etienne te helpen financieren.
N. R. : De sector sociale diensten heeft de afgelopen drie jaar de beste groei laten zien. Dit was een sterke convictie toen de strategieën werden gelanceerd. Destijds bedroeg de koolstofintensiteit van de portefeuille ongeveer 150, nu is dat eerder 110(4). Dit is een daling van bijna 30% en een groot deel daarvan is specifiek toe te schrijven aan deze sector. De ruimte voor verbetering is nu echter veel beperkter. In de toekomst zullen wij wellicht moeten beleggen in sectoren waar er meer potentieel
voor verbetering is om onze jaarlijkse reductiedoelstelling te halen.
A. B. : Hetzelfde geldt voor de aandelenportefeuille, met spelers in de sector die hun koolstofintensiteit in drie jaar tijd hebben gehalveerd. In totaal is de portefeuille van een
koolstofintensiteit van bijna 40 naar ongeveer 100 gegaan(4). Eind 2022 konden we ook een aandeel uit de grondstoffensector opnemen, de laatste sector met hoge emissies die we niet in de portefeuille hadden omdat de koolstofintensiteit van de meeste spelers te hoog was, wat ons er doorgaans van weerhoudt erin te beleggen. Wij vonden het echter belangrijk aan te tonen dat wij in staat zijn milieu-efficiënte bedrijven in elke sector te identificeren.
A. B. : Ik denk aan de energiesector. De daling was trager dan men zou verwachten, met bijna geen daling in drie jaar. Anderzijds suggereren recente berichten dat met een overschot aan beschikbare liquiditeiten als gevolg van de bijzondere context van 2022 een versnelling zou kunnen plaatsvinden en het een van de beste bijdragers voor de komende jaren zou kunnen worden.
N. R. : Wij stellen inderdaad vast dat het transitieproces van sommige spelers iets langer kan duren dan wij hadden verwacht, maar het inhaalpotentieel, zowel wat betreft koolstofintensiteit als financieel profiel, blijft een feit.
A. B. : Op drie jaar tijd worden de prestaties van R-co 4Change Net Zero Equity Euro nadelig beïnvloed door het meer cyclische profiel van de portefeuille in vergelijking met andere "klimaatfondsen". In dat opzicht is 2020 bijzonder ingewikkeld gebleken. Sindsdien heeft onze strategie zich weten te onderscheiden door te profiteren van haar positie in sectoren die door deze laatste werden verwaarloosd in een gunstiger klimaat (stijgende rente, stijgende grondstoffenprijzen enz.). De opleving van cyclische aandelen op de Europese markt blijkt in het begin van het jaar zeer veelbelovend.
N. R. : Het vrij defensieve profiel van R-co 4Change Net Zero Credit Euro loonde tijdens de crisis in 2020, maar de context bleek daarna minder gunstig. Maar in 2022 hielp de lagere rentegevoeligheid echt. De laatste tijd hebben wij de rentegevoeligheid verhoogd en gezocht naar extra rendement door meer High Yield(5) en achtergestelde obligaties(6) op te nemen, keuzes waarvan wij hopen dat ze in 2023 renderen.
A. B. : We hadden mooie opportuniteiten op financieel vlak, zonder een groot risico te nemen in termen van koolstofintensiteit. In het algemeen is er een sterke reglementaire druk in de sector en veel banken zijn verbintenissen aangegaan en hebben "Net Zero-initiatieven" geïntegreerd. De dynamiek op middellange termijn dwingt hen ertoe om bindende afspraken te maken. Bovendien is de koolstofintensiteit van financiële instellingen voor de scopes 1 & 2 bijna nul en zijn zij voor scope 3 over het algemeen transparant. Dankzij de expertise van onze dataleveranciers kunnen wij dit potentiële risico inschatten en hierop anticiperen.
N. R. : Aan de obligatiezijde weerspiegelt deze blootstelling de marktstructuur. De financiële sector is een van de meest vertegenwoordigde sectoren. Los van de hierboven genoemde argumenten voeg ik daaraan toe dat deze spelers ook zeer betrokken zijn bij de ontwikkeling van oplossingen voor bedrijfsfinanciering, zoals blijkt uit de evolutie van het aandeel duurzame obligaties in hun producten- en dienstenaanbod. Vanuit financieel oogpunt hebben zij het voordeel dat ze toegang bieden tot verschillende segmenten van de markt, zoals achtergestelde obligaties, die een extra rendement bieden.
A. B. : De integratie van scope 3 dreigt de situatie voor veel klimaatfondsen te veranderen. Toch denken wij dat het risico met onze aanpak minder groot is dan bij koolstofarme strategieën, waarbij doorgaans alleen in sectoren wordt geïnvesteerd die als "emissiearm" worden beschouwd omdat geen rekening wordt gehouden met de vaak zeer omvangrijke scope 3.
N. R. : Sinds de lancering van onze strategieën hebben wij deze indicator in gedachten en proberen we deze elementen te hanteren. De integratie van scopes 3 zal een grote verandering zijn voor de industrie, maar we beschikken al over instrumenten waarmee we dit voor alle sectoren kunnen inschatten.
N. R. : In 2021 hebben we een belangrijke overgang gemaakt naar vastgoed, een sector die momenteel ongeveer 7% van de portefeuille bedraagt(7). Wij proberen ons met name te positioneren rond de thema's "duurzame energie" en "milieubewust bouwen", twee zeer belangrijke aspecten van de transitie. Dit is een convictie op lange termijn, ook al hebben deze keuzes ons vorig jaar wat gekost in een context van stijgende rentevoeten.
A. B. : Ondanks de onmiskenbare stijging van de uitstoot was 2022 een overgangsjaar naar meer energieonafhankelijkheid. De steunmaatregelen, zowel in Europa als in de VS, zullen nieuwe investeringen mogelijk maken en kansen bieden. De Europese bedrijven in onze portefeuille zijn goed gepositioneerd om van deze nieuwe context te profiteren. Bovendien vereist onze aanpak een relatieve visie. Wij kijken naar de mondiale dynamiek en trachten innovatieve spelers te identificeren. Binnen dezelfde sector kunnen de verschillen aanzienlijk zijn. Democratisering van koolstofvrij openbaar vervoer, fabrikanten van elektrische apparatuur, isolatie... aan de hand van deze voorbeelden vinden we echte transitieverhalen. Het kost tijd om deze maatregelen in te voeren, maar het is nu dat we ons moeten positioneren ten opzichte van deze bedrijven. Veel spin-offs(8) en IPO's zullen(9) de markten de komende jaren aansturen. Er is constante vernieuwing en binnen enkele jaren kunnen de transitiethema's veranderen. Onze portefeuilles moeten deel uitmaken van deze ontwikkeling.
Download document (PDF)