Yoann Ignatiew
General Partner, Head of International Equity and Diversified

De daling van de inflatiecijfers stimuleerde de risicobereidheid van beleggers. In de VS was er in oktober voor het eerst een daling in de kerninflatie: +6,3% op jaarbasis, minder dan de vorige maand maar ook minder dan de consensusverwachtingen(3). In Europa is de nominale inflatie voor het eerst dit jaar gedaald, maar het kerncijfer lijkt voorlopig rond de 5%(4) te schommelen. Het niveau van de centrale banken werd het laatste kwartaal gekenmerkt door een vertraging van het inflatietempo. Tijdens hun laatste vergadering zijn de Fed en de ECB het eens geworden over een verhoging met 50 basispunten, waardoor hun belangrijkste tarieven op respectievelijk 4,25% en 2,50% uitkomen. Het discours blijft niettemin stevig en Jerome Powell bevestigde opnieuw de noodzaak om de economische activiteit af te bouwen om de inflatie binnen de perken te houden. In de Verenigde Staten lijkt de economie weliswaar te vertragen, zoals blijkt uit de laatste PMI-cijfers(5) (die aanzienlijk zijn gedaald), maar de arbeidsmarkt blijft uiterst solide met een historisch laag werkloosheidspercentage van 3,5%(6).
De laatste berichten wijzen echter op een vertraging van de loonstijging, waardoor de vrees voor aanhoudende looninflatie afneemt. Voorlopig lijkt Europa te profiteren van de stabilisatie van de frontlinie in Oekraïne, slechte maar nog altijd beter dan verwachte macro-economische cijfers en een dalende gasprijs, wat doet vermoeden dat de druk voor het winterseizoen zal worden verlicht. China van zijn kant gaat resoluut een nieuwe fase in van Covid-beleid, wat tot nu toe de belangrijkste rem was op de groei van de regio. De verandering van toon bij de bevolking, die een minder gevaarlijke Omicron-variant omvat, geeft ons hoop dat de economie tegen 2023 weer volledig zal herstellen. Het herstel van de Chinese activiteit zou niettemin een tweesnijdend zwaard kunnen blijken: enerzijds door de mondiale groei krachtig te ondersteunen, anderzijds door bij te dragen tot de inflatie. R-co Valor behaalde een resultaat van +5,6%(7) in het afgelopen kwartaal. Wat de bijdrage betreft, viel de industriële sector in deze periode op dankzij de opleving van de cyclische aandelen op de markt, met name in Europa.
De financiële sector daarentegen leverde de slechtste bijdrage, meer bepaald door een Amerikaans aandeel. Wat de bewegingen betreft, hebben wij onze strategie van winstnemingen voortgezet door het afbouwen van onze posities die waren opgeveerd, zoals Bombardier, Morgan Stanley en Richemont. In de sector gezondheidszorg hebben wij met een resolute bottom-up(8) benadering enerzijds AstraZeneca, Pfizer en BioMarin Pharmaceutical afgezwakt en anderzijds bioTech Seagen en in mindere mate Roche versterkt. Tegelijkertijd hebben wij enkele technologische en financiële aandelen in de portefeuille versterkt. Op de geldmarkt werden aan het eind van het jaar Franse overheidseffecten met een looptijd van minder dan een jaar en een rendement tussen 2,3% en 2,8% geïntroduceerd(9).
Eind december bedroeg de aandelenpositie van het fonds 41,0%.
De obligatieportefeuille bleef stabiel op 49,3%(1).
De aandelenportefeuille van R-co Valor Balanced komt overeen met die van R-co Valor.
De bewegingen in de portefeuille en de positionering zijn identiek.
Aan het einde van het jaar bleef de rente in een veel gematigder tempo stijgen: de Duitse tienjaarsrente (Bund) sloot op 2,56% (+46 basispunten (bp)) en de Amerikaanse tienjaarsrente op 3,87% (5 bp)(2). Op het niveau van de centrale banken heeft het vertragen van de verhoging van de basisrente, met name door de ECB, het herstel van de eurokredietmarkt mogelijk gemaakt. Het was daarmee het enige positieve kwartaal in 2022 met +1,2% voor Investment Grade(3) en +4,5% voor High Yield(4)(2). Binnen de obligatieportefeuille van het fonds konden wij dankzij de zeer aantrekkelijke rendementen van Investment Grade kansen grijpen, vooral op de primaire markt, met middellange looptijden en een beperkt kredietrisico. Wij hebben ons ook opportunistisch gepositioneerd op de secundaire markt, meer bepaald in de financiële sector. Onze blootstelling aan high yield en non-rated is in de betreffende periode enigszins verminderd en vertegenwoordigt nu 18% van de obligatieportefeuille. Dankzij de marktomstandigheden konden wij het rendement van de portefeuille in de loop van het jaar aanzienlijk verhogen, dat eind december 6,6% bedroeg met een gevoeligheid(5) van 3,5(6).
Redactie voltooid op 11 januari 2023
Downloadbestand(PDF)