Yoann Ignatiew
General Partner, Head of International Equity and Diversified

De tegenslagen van Silicon Valley Bank en Credit Suisse, een combinatie van een vertrouwenscrisis en een vlucht van deposito’s, hebben de soliditeit van het Amerikaanse en Europese banksysteem op de proef gesteld. De gezamenlijke acties van regeringen en centrale banken, voortbouwend op hun ervaring in 2008, lijken deze brand te hebben bedwongen. Beleggers juichten de inspanningen van de autoriteiten toe en zetten nu in op een toekomstige versoepeling van het monetaire beleid.
In de Verenigde Staten bleef de inflatie dalen, maar in een lager tempo dan verwacht voor de kerninflatie (exclusief voedsel en energie). De Fed bleef op koers en verhoogde haar belangrijkste tarieven met 0,25% tot tussen 4,75% en 5%. In Europa neemt de kerninflatie verder toe, met de laatste publicatie van +5,7% op een jaar(2). Deze verandert geleidelijk van aard en lijkt nu te worden aangedreven door de dienstensector. Zoals verwacht heeft de ECB van haar kant een verhoging van 0,50% doorgevoerd, waardoor de rente tussen 3% en 3,75% komt te liggen.
In China is de situatie heel anders. Ondanks het einde van het “zero Covid”-beleid eind 2022 is de opleving van de indexen in dit eerste deel van het jaar teleurstellend geweest. Geopolitieke spanningen in combinatie met een gebrek aan publicaties die een solide herstel bevestigen, verklaren deels de apathie op de aandelenmarkten. Niettemin menen wij dat de sanitaire normalisatie, de lage rente en de stimuleringsmaatregelen ter ondersteuning van de groei in de komende maanden tot een aanzienlijke economische opleving zouden moeten leiden.
De inzet van de grote hoeveelheid deposito’s door particulieren zou een belangrijke steun moeten zijn voor een herstel dat op de goede weg lijkt te zijn.
De aandelenblootstelling van R-co Valor bedroeg eind maart 77%, het laagste niveau sinds januari 2020. Wij hebben onze strategie van winstnemingen voortgezet na een goed begin van het jaar voor de aandelenmarkten, ondanks een algemene verslechtering van de macro-economische omstandigheden. De rest van de allocatie, 23%, is momenteel belegd in geldmarkt- en soortgelijke fondsen, maar ook in Franse staatsobligaties met een looptijd van minder dan een jaar(3).
In het eerste kwartaal werden weinig aankopen gedaan, in lijn met onze wens om de portefeuille defensiever te oriënteren. Aan de verkoopzijde hebben wij, na een solide beursjaar (+29%(4)), AstraZeneca, een farmaceutisch bedrijf, volledig verkocht, evenals de rest van onze positie in Royal Caribbean, een cruisemaatschappij. Tegelijkertijd hebben wij van de opleving van bepaalde aandelen geprofiteerd om deze te kapitaliseren en zo onze winste op te potten. De posities in Manulife, Richemont, ABB en Hello Group werden gedeeltelijk afgebouwd.
Het fonds boekte sinds het begin van het jaar een resultaat van +6,95%(3). De financiële sector leverde de zwakste bijdrage aan dit resultaat, onder invloed van het faillissement van Silicon Valley Bank. Het aandeel vertegenwoordigde begin maart 1% van het fonds en wordt nu op 0 gewaardeerd. De technologiesector leverde de grootste bijdrage en profiteerde van de sterke daling van de Amerikaanse 10-jarige obligatie en de terugkeer van beleggers naar Amerikaanse “big tech(5)“-aandelen. Sommige van onze gezondheidszorgaandelen behoren ook tot de grootste bijdragers sinds het begin van het jaar, zoals Seagen, dat 1% bijdroeg aan het resultaat van het fonds na de aankondiging van zijn overname door Pfizer(3).
De geleidelijke verslechtering van de macro-economische publicaties, geleid door de verstrakking van de toegang tot krediet, heeft ons aangezet tot voorzichtigheid. Daarom hebben wij de portefeuille geherpositioneerd naar een defensiever profiel. Wij blijven er echter van overtuigd dat er kansen blijven in een omgeving waarin de Fed waarschijnlijk halverwege het jaar zal stoppen met het verhogen van de rente.
Eind maart had R-co Valor Balanced een aandelenblootstelling van 39,5%, terwijl de obligatiecomponent 50,7% bedroeg en de rest werd belegd in geldmarkt en liquiditeiten(6).
De aandelenportefeuille van R-co Valor Balanced komt overeen met die van R-co Valor. De bewegingen in de portefeuille en de positionering zijn identiek.
Na hun sterke stijging in 2022 begonnen de rentevoeten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan het jaar lager. De Amerikaanse en Duitse 10-jaarsrente daalden met respectievelijk 41 basispunten (bps) tot 3,5% en 27 bps tot 2,3%(8). Het wegebben van de vrees voor een diepe recessie leidde ook tot een duidelijke verkrapping van de Italiaanse spread(9), waarbij de 10-jaarsrente 60 basispunten lager eindigde op 4,1%. Dit optimisme, in combinatie met de verwachtingen van beleggers ten aanzien van een soepeler monetair beleid, stimuleerde de activaklasse van euro-obligaties in het eerste kwartaal. Investment Grade(10) boekte een resultaat van +1,7% en High Yield(11) +2,8%(8).
Het fonds heeft het afgelopen kwartaal een rendement van +4,55% behaald. Uitgesplitst naar activaklasse droegen aandelen voor ongeveer 75% bij aan het totale resultaat, met name dankzij de blootstelling aan de sectoren gezondheid en technologie. Ook obligaties boden steun in een dalend renteklimaat, met een bijdrage van 25% aan het resultaat over deze periode. De financiële sector leverde een negatieve bijdrage, zowel aan de aandelen- als aan de obligatiezijde(12).
Binnen de obligatieportefeuille van het fonds waren er nog opportuniteiten dankzij de nog steeds aantrekkelijke rendementen op Investment Grade obligaties, vooral op de primaire markt, met middellange looptijden en een beperkt kredietrisico. Wij hebben ons ook opportunistisch gepositioneerd op de secundaire markt, met name in financiële obligaties tijdens het eerste deel van het kwartaal, en hebben daarna de voorkeur gegeven aan bedrijfsobligaties. Onze blootstelling aan High Yield en Non-Rated obligaties werd in de afgelopen periode licht verminderd en vertegenwoordigt nu 16% van de obligatieportefeuille. Dankzij de marktomstandigheden konden wij het rendement van de portefeuille aanzienlijk verhogen, dat eind maart 6,7% bedroeg met een rentegevoeligheid van 3,4(12).
Downloadbestand (PDF)