Yoann Ignatiew
General Partner, Head of International Equity and Diversified

In januari en februari bleef de dynamiek positief. De investeringen verschoven naar opkomende markten, Europa, Japan en, meer algemeen, de ontwikkelde markten buiten de Verenigde Staten, in een context van toenemende twijfels over de cyclus van kunstmatige intelligentie, een zwakkere dollar en politieke onzekerheden in de VS. Deze situatie werd aan het einde van de periode verzwakt door de toenemende spanningen in het Midden-Oosten, waardoor de risicoaversie en de geopolitieke premie geleidelijk weer toenamen.
Het keerpunt kwam in maart met een ingrijpende gebeurtenis: de blokkade van de Straat van Hormuz. Deze gebeurtenis zorgde voor een drastische ommekeer op de energiemarkt en had daardoor ook gevolgen voor de verwachtingen inzake inflatie en monetair beleid. De prijs van een vat Brent steeg met 63,3% in de loop van de maand tot 102,5 dollar eind maart, een historisch hoge stijging. Als gevolg daarvan werden de renteverwachtingen grondig bijgesteld: de consensus verschoof van een scenario van monetaire versoepeling aan het begin van het jaar naar de verwachting van twee tot drie renteverhogingen door de ECB, en van nul naar één verhoging door de Fed. Deze koerswijziging vertaalde zich in een toename van de volatiliteit, een stijging van de lange rente en een algemene herwaardering van het risico. De Bund en de tienjarige Treasury zijn aanzienlijk gestegen (Bund ~3,1%; Amerikaanse 10-jarige ~4,3% eind maart1), terwijl de dollar zijn positie als veilige haven heeft hersteld. Opvallend in deze stressperiode: goud is sinds begin maart gedaald, onder druk van de sterke dollar en door technische verkopen om andere verliezen te dekken. China, dat zich sinds het uitbreken van het conflict relatief terughoudend heeft opgesteld, lijkt er voorlopig goed uit te komen, terwijl de Verenigde Staten met een toenemend verlies aan geloofwaardigheid te maken hebben en China op het internationale toneel als relatief stabiel overkomt.
De aandelenmarkten sloten het kwartaal in deze context lager af. Eind maart liet de MSCI ACWI een daling van 3,2 % optekenen sinds het begin van het jaar¹, een trend die in alle belangrijke regio’s te zien was. Europa daalde met 4,6% (Euro Stoxx 50), onder druk van een duidelijke terugval in maart, terwijl de Verenigde Staten 4,4% verloren (S&P 500) 1. Ook de opkomende markten kenden aan het einde van de periode een correctie, maar blijven over het kwartaal gezien vrijwel in evenwicht (0,5% voor de MSCI Emerging Markets)¹.
R co Valor noteerde een daling van 4,3% over het kwartaal (deelbewijs C EUR). Dit kwartaal verliep in twee delen: een vrij positief begin van het jaar, gevolgd door de correctie in maart, die werd verscherpt door bijzonder abrupte sectoriële verschuivingen. Over de gehele periode waren technologie en luxe de grootste negatieve factoren. De technologiesector had vooral te lijden onder zijn opkomende marktcomponent, terwijl de luxesector werd afgestraft door LVMH en Richemont, in een context van sombere vooruitzichten voor de wereldwijde vraag. Geografisch gezien was Azië (buiten Japan) de regio die het zwaarst werd getroffen. Aan de andere kant hebben grondstoffen, gedreven door mijnbouw en energie, de prestaties ondersteund, dankzij gunstigere metaal- en energieprijzen. Ook industriële aandelen, voornamelijk uit Noord-Amerika, deden het goed, zoals Honeywell en Bombardier.
De aandelenblootstelling van R co Valor is in de loop van het kwartaal verhoogd, van 72 % begin januari naar 76 %2. Dit gebeurde op twee manieren: 1/ via actief beheer van de huidige posities. De blootstelling werd verhoogd in bedrijven die als ondergewaardeerd werden beschouwd, met name in Europa, door aankopen in Capgemini, Richemont, LVMH en Ferrari. Ook in opkomende markten zijn verschillende posities versterkt, onder meer in Grab, Alibaba, Kingdee, MercadoLibre, Tencent en Xiaomi. Daarnaast zijn er in Noord-Amerika aanpassingen doorgevoerd in de gezondheidszorgsector met Thermo Fisher, Medtronic en BioMarin, evenals in de kopersector via Ivanhoe Mines en Freeport McMoRan. Deze laatste twee waren in de eerste helft van het jaar gedeeltelijk afgebouwd. 2/ door nieuwe bedrijven in de portefeuille op te nemen. Lonza, een Zwitserse CDMO (Contract Development Manufacturing Organisation) in de gezondheidssector, is zo in de portefeuille opgenomen om te profiteren van de groei in de sector en de toenemende uitbesteding van farmaceutische productieactiviteiten. Er is ook een nieuwe positie in de goudsector ingenomen via NovaGold, de ontwikkelaar van een mijnbouwproject in Alaska. Ten slotte is HDFC Bank, een toonaangevende Indiaanse bank, opgenomen om de blootstelling in opkomende markten te versterken, nu de waarderingen in India weer aantrekkelijk zijn geworden. Tegelijkertijd zijn er ook posities afgebouwd, voornamelijk met het oog op winstneming. Zo zijn enkele aandelen in de mijnbouwsector aan het begin van het jaar afgebouwd, met name Newmont en Ivanhoe, evenals bepaalde aandelen in de gezondheidszorg, zoals Pfizer en Roche. Meer in het algemeen is de blootstelling aan Noord-Amerikaanse bedrijven aangepast, met afbouw van Morgan Stanley, Bombardier en AES.
Het deel dat niet in aandelen is belegd, bleef belegd in monetaire instrumenten, bestaande uit geldmarktfondsen en Europese staatsobligaties met een looptijd van minder dan een jaar.
R-co Valor Balanced heeft een aandelenblootstelling van 40 %, een obligatieblootstelling van 49 % en de rest is belegd in geldmarktinstrumenten en soortgelijke producten2. Het fonds heeft sinds het begin van het jaar een verlies van 2,8 % genoteerd (deelbewijs C EUR), voornamelijk als gevolg van het aandelenluik maar in mindere mate ook het obligatieluik2.
De aandelenportefeuille van R-co Valor Balanced is een kopie van die van R-co Valor. Zowel de uitgevoerde transacties als de samenstelling zijn identiek.
Over het gehele kwartaal werden de rentemarkten getekend door een sterke volatiliteit, waarbij opwaartse druk als gevolg van inflatieverwachtingen afwisselde met verschuivingen naar veilige havens, om uiteindelijk in maart te eindigen met een scherpe stijging van de rendementen, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. De rendementen op staatsobligaties zijn in de loop van maart dan ook sterk gestegen, aangevoerd door de korte looptijden, doordat beleggers hun verwachtingen inzake renteverlagingen op korte termijn aanzienlijk naar beneden bijstelden. Ook de rendementen op 10-jarige staatsobligaties zijn in de Verenigde Staten en Duitsland aanzienlijk gestegen. De Bund bereikte eind maart met 3,1% het hoogste niveau sinds 2011, terwijl de Amerikaanse 10-jarige obligatie de maand afsloot op 4,3%1. In deze context ondergingen de kredietmarkten in euro het afgelopen kwartaal een correctie, met een negatief rendement van 1%1 op Investment Grade3 en 1,7%1 op High Yield4.
In het obligatieluik van R-co Valor Balanced is de blootstelling verhoogd tot 49 %². In de eerste twee maanden heeft het fonds geprofiteerd van een bijzonder actieve periode op vlak van emissies om zich op de primaire markt te positioneren. Daarbij werd de voorkeur gegeven aan financiële waarden. Bepaalde segmenten van de Europese kredietmarkt met hoge kwaliteit, namelijk de financiële achtergestelde obligaties, blijven aantrekkelijke instapmomenten bieden, dankzij solide fundamenten en een aanzienlijke versterking van het eigen vermogen. In maart kromp de primaire activiteit sterk in, waarbij de financiële emissies in Europa een dieptepunt in zes jaar bereikten, een weerspiegeling van de risicoaversie als gevolg van de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten. Binnen het fonds werden de versterkingen toen voornamelijk op de secundaire markt gerealiseerd en ook hier betrof het vooral financiële obligaties met een Investment Grade-rating, die een aantrekkelijk rendement boden. De gevoeligheid van het fonds werd verhoogd tot 4,72, voornamelijk via posities in futures op de Schatz (Duitse 2-jaars), een van de segmenten van de curve die in deze periode het meest in beweging was. Deze strategie maakte een snelle correctie van de gevoeligheid mogelijk zonder een beroep te doen op de liquiditeitsreserve en met behoud van het kredietrisico.
De conclusie van dit kwartaal is duidelijk: wanneer energie en geopolitiek weer de overhand krijgen, verslechtert het macro-economisch perspectief snel. Maart vormde een keerpunt, dat niet alleen de aandelenmarkten op de proef stelde, maar vooral ook de gangbare macro-economische verwachtingen. De verwachte afname van de inflatie en het scenario van monetaire versoepeling, waarover aan het begin van het jaar brede consensus bestond, werden binnen enkele dagen ter discussie gesteld. Voor de komende maanden zijn er drie variabelen die extra aandacht vragen. Ten eerste de weerslag van de energieprijsschok (inflatie, marges, consumptie) en de vraag of deze zich ook buiten de oliesector zal verspreiden. Ten tweede de reactie van de centrale banken, waarvan de flexibiliteit opnieuw cruciaal wordt in een wereld waar aanbodschokken weer de kop kunnen opsteken.
Tot slot is er het jaarcijfer seizoen, dat een stabiliserende rol blijft spelen zolang het de soliditeit van de fundamentele factoren bevestigt, zelfs in een context van hogere kosten en rentetarieven. De consensusverwachtingen zijn overigens bijzonder hoog in de Verenigde Staten, met een verwachte winstgroei van +17 % voor 20261.
Het toekomstperspectief blijft voor alle spelers beperkt. In deze context is onze strategie gebaseerd op een bewezen discipline, een duidelijk kader en het vermogen om in te grijpen wanneer de markten echte instapmomenten bieden. Het conflict heeft niet geleid tot een ommezwaai in de assetallocatie; onze aanpak blijft resoluut gericht op de lange termijn. De uitgevoerde transacties zijn voornamelijk bedoeld om beleggingsconvicties te versterken die onder druk staan, in het bijzonder in opkomende markten en bij hoogwaardige ondernemingen in Europa. Het lijkt nu opportuun om opnieuw in te kopen in bepaalde segmenten, waar enkele weken geleden winstnemingen plaatsvonden. In een markt gekenmerkt door emotie en verdeling blijft het doel om een rationele kijk op de economische cyclus te behouden en te beleggen wanneer de correctie waarde kan creëren.